Categorie: Regels, toezicht en rechtspraak | Gepubliceerd: 24 november 2022

Geschil over statiegeldsysteem op blik “een prachtige casus”

Moet er op 31 december 2022 een goed werkend statiegeldsysteem voor blikjes staan? En kan de staatssecretaris nu al handhavend optreden?

Het geschil over de invoering van statiegeld op blik tussen het bedrijfsleven, de ILT en Recycling Netwerk wordt in principe volgende week beslecht.
Foto: AfvalOnline

Voor het antwoord op die twee vragen waren de meesten van circa vijftig geïnteresseerden, hoofdzakelijk afgevaardigden uit het bedrijfsleven, gisteren (24 november) naar de Raad van State in Den Haag gekomen. Daar stonden Recycling Netwerk, Stichting Afvalfonds, Inbev, Albert Heijn en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) tegenover voorzieningenrechter Hans Venema in wat deze noemde “een boeiende zitting”. De partijen wilden hem zien te overtuigen van hun standpunt over het al dan niet kunnen halen van deadline van 31 december, en de handhaving hiervan door de overheid. Of de voorzieningenrechter ook daadwerkelijk een inhoudelijk oordeel hierover gaat vellen, is echter nog de vraag. Een technisch-juridische kwestie - volgens Venema “een prachtige casus die zeker in de studieboekjes terug gaat komen” - kan dat namelijk verhinderen.    

Complex IT-systeem

Maar eerst de inhoudelijke behandeling. Het Afvalfonds, samen met de producenten/importeurs en de supermarkten, geven aan de wettelijke termijn van 31 december 2022 niet te halen voor het inwerking hebben van een landelijk dekkend systeem voor de inzameling van blikjes met statiegeld. Probleem is vooral het realiseren van een IT-systeem, dat pas half maart 2023 gereed kan zijn. De Inspectie en Recycling Netwerk hebben hun bedenkingen bij dit argument. Het gaat immers om de uitbreiding van een bestaand statiegeldsysteem, in hun ogen zou dat niet zoveel voeten in aarde hoeven te hebben. Bovendien had het Afvalfonds volgens hen ruimschoots de tijd gehad maar heeft het tijd verspild door eerst te gaan voor een systeem van circulaire hubs. Daarbij had het Afvalfonds voor dit argument slechts één verklaring van een IT-leverancier als bewijs ingebracht. Rechter Venema vroeg raadsman Arjan Kleinhout van advocatenkantoor De Brauw, Blackstone, Westbroek die het Afvalfonds vertegenwoordigde, om een toelichting over de vertraging en ook hoe serieus het Afvalfonds de wettelijke verplichting eigenlijk had genomen. Zeer serieus, gaf deze aan, en de partijen hadden hier ook keihard aan gewerkt. Kleinhout legde uit dat de complexiteit van het IT-systeem toenam door een combinatie van factoren waaronder dat blik andere vormen heeft dan petflessen die allemaal herkend moeten worden, en er in het systeem duizenden nieuwe codes moeten worden ingevoerd. Daarnaast zou ook het gereed hebben van de juiste hardware extra tijd kosten. Volgens de stichting is het met een beperkte vertraging van drie maanden wel mogelijk om een betrouwbaar, getest systeem in de lucht te hebben. En zijn we daar niet allemaal bij gebaat? De advocaat van Inbev, Anna Collignon van Stibbe, gaf opvallend genoeg aan dat wat betreft de producenten vanaf 1 april een transitieperiode in zou kunnen gaan, en dat die producenten vervolgens uiterlijk 1 juli volledig gereed zouden zijn. Een detail waar de rechter niet nader op in ging. Albert Heijn, Afvalfonds en Inbev vroegen zich af waarom de Inspectie en Recycling Netwerk zo rigide vasthouden aan de deadline, terwijl het dus om een beperkte vertraging van drie maanden gaat waarbij het volgens hen in ieders belang is om in één maal een goed systeem neer te zetten. Er bestaat volgens hen geen reële mogelijkheid om het project te versnellen of het systeem vroegtijdig in gebruik te nemen. Het statiegeld is een geïntegreerd systeem, en vroegtijdige release zou tot storingen en operationele  problemen leiden.

Wel mogelijk

Recycling Netwerk gaat echter niet akkoord met uitstel. De milieuorganisatie wees er nogmaals op dat de datum van 31 december 2023 in overleg met het bedrijfsleven tot stand is gekomen en dat die termijn meer dan redelijk en haalbaar is. “In Litouwen en Letland moest binnen 1 jaar een nieuw statiegeldsysteem ingaan, terwijl we het hier hebben over een uitbreiding van een systeem waar veel langer de tijd voor was”, aldus Faton Bajrami van Hörchner Advocaten. De organisatie wees op de gevolgen voor mens en milieu zolang er nog geen statiegeld op blik is, zoals de maatschappelijke kosten voor het opruimen van blikjes in het zwerfafval, en de naar schatting 12.000 koeien die jaarlijks letsel oplopen doordat zij scherp afval binnen krijgen. Verder zouden 225 supermarktvestigingen van Detailresult Vastgoed (Dirk van den Broek- en Dekamarkt filialen) al klaar zijn voor statiegeld op blik. Ook zouden er al blikjes met het statiegeldlogo in de winkels staan. Het is dus wél mogelijk, concludeert Recycling Netwerk. “Het bedrijfsleven is in staat om honderden producten op de markt te brengen, dan moet ze er toch ook wel één terug kunnen nemen?”, redeneerde Bajrami in zijn slotbetoog.

Alternatief? 

Ook Kerstin Ulmer van de ILT wees erop dat de deadline van 31 december in samenspraak met het bedrijfsleven was vastgesteld. Net als Afvalfonds en de producenten/importeurs vindt zij het wenselijk dat er een goed draaiend geautomatiseerd systeem in werking kan treden, maar ten principiële betwist zij dat de deadline niet haalbaar zou zijn. Zowel Recycling Netwerk als de Inspectie gaven aan dat als het het Afvalfonds niet lukt om op 31 december een werkend geautomatiseerd statiegeldsysteem te hebben, er desnoods als alternatief tijdelijk een handmatig systeem moet komen. Een alternatief dat de tegenpartijen absoluut niet zien zitten, dat volgens hen tot chaos zou leiden en dat bovendien ook weer een apart IT-systeem zou vereisen.

Verschoven accent

Dan het wat lastigere technische stuk. Zoals bekend heeft de Inspectie in september voor het niet halen van de wettelijke termijn een preventieve last onder dwangsom opgelegd aan Stichting Afvalfonds en producenten/importeurs, oplopend tot 28 miljoen euro. Het bedrijfsleven tekende hiertegen bezwaar aan. Daarop heeft de Inspectie in oktober enigzins onverwacht besloten om de lasten op te schorten tot uiterlijk 3 februari 2023. Toen de inspectie de lasten besloot op te schorten, maakte Recycling Netwerk bezwaar, wat leidde tot een gang naar deze rechter. En daarmee verschoof het accent in de zitting van gisteren. Want in een verzoek om een voorlopige voorziening gaat het om het al dan niet schorsen van een besluit, merkte Venema aan het begin van de zitting op. In dit geval is er echter al een geschorst besluit, dus sec gezien leent deze procedure zich nu niet meer om voor beoordeling van de handhavingskwestie. Toch besloot Venema om dat van het verloop van de zitting af te laten hangen. 

De reden voor het opschorten van de handhaving was dat de Inspectie ging twijfelen aan de rechtmatigheid van de lasten en de bevoegdheid van de staatssecretaris in deze. Kan de staatssecretaris namelijk wel een last opleggen over een statiegeldsysteem terwijl ten tijde van het opleggen van de last de bepalingen hierover in het Besluit beheer verpakkingen nog niet in werking zijn getreden? Deze twijfel leidde er dus toe dat de lasten werden opgeschort, waarbij de Inspectie voorzichtig hoopte dat de gang naar de voorzieningenrechter helderheid op het punt van de bevoegdheidsgrondslag zou bieden. Als Venema dat al doet, zou dat uiteraard een voorlopig oordeel zijn.

Hij wees er verder op dat met een besluit op 3 februari 2023 en vervolgens een bezwaartermijn van zes weken het al halverwege maart zou zijn. In de tussentijd zouden de mogelijke lasten onder dwangsom nog boven de tegenpartijen hangen. Op aandringen van de rechter gaf Ulmer aan te verwachten – “maar ik kan dat niet echt toezeggen” - dat de staatssecretaris nog dit jaar een besluit zou nemen over de preventieve lasten onder dwangsom. Mogelijk dat de inspectie vervolgens nog een ander middel naar voren haalt om meer druk op de handhaving te leggen. En ook daarom is het voor nagenoeg alle partijen van belang dat de voorzieningenrechter in deze zaak een inhoudelijk oordeel kan geven. Want uiteindelijk wil iedereen weten óf de overheid straks een stok achter de deur kan gebruiken, en zo ja, hoe stevig die zal staan. Venema, wiens handen hadden gejeukt om aan het eind van de zitting mondeling uitspraak te doen, besloot uiteindelijk toch eind volgende week schriftelijk uitspraak te doen.